MAGHREBMAGAZINE

Marokko en Marokkaanse zaken



UITGELICHT

27-07-17 | Reageer | Lees verder »
Wil je net als Hussein en Joan werken in een hecht team en jouw talent inzetten voor onze maatschappij? Zoek je een afwisselende baan met unieke ervaringen? Maak er politiewerk van. Bekijk hun verhaal in de video. Word ook agent:

REDACTIONEEL

12-09-16 | Reageer | Lees verder »
Het Offerfeest, of feest van Ibrahiem of Schapenfeest, is het belangrijkste feest van de islam. Het duurt drie dagen en wordt gevierd vanaf de 10e dag van de 12e maand van de islamitische kalender. De redactie van Maghreb.NL en MaghrebMagazine.NL wenst alle bezoekers een gezegend offerfeest. Eid mobarak!

Mohammed Benzakour: ‘De andere vrijheid’

21 april 2006 | in Maatschappij, Media | 5 Reacties

Aan de vooravond van de dodenherdenking en de viering van 5 mei zal Mohammed Benzakour een lezing geven over het thema De andere vrijheid. Wij leven in een wereld waarin elke lokale gebeurtenis mondiale gevolgen kan hebben, zoals laatst weer bleek uit de cartoonaffaire. Vanuit de overheid worden nu allerlei (veiligheids)voorschriften doorgevoerd die de bewegingsruimte in de publieke ruimte en de communicatievrijheid in minder en meerdere mate vastleggen.

Waar liggen de grenzen van onze bewegingsvrijheid in het publieke domein? Kan men bepaalde radicale uitingen in de media en internet aan banden leggen, zoals men in CDA-kring wil? Kan Rotterdam een code opstellen met gedragsregels die vooral is gericht op de niet-westerse allochtonen en moslims? Kan er censuur worden toegepast op zoekmachines als Yahoo en Google zoals de Chinese overheid dat onlangs eiste? Is hier dan niet juist sprake van de inperking van het vrije woord? Hoe kan internet nog als vrije informatieruimte functioneren als daar officiële en onofficiële visies op belangrijke sociale en politieke thema’s met elkaar botsen? Wat te doen met radicalisering op internet? Hoever kan een overheid gaan in het reguleren van zaken? En wat is de rol van de burger daarin?

Benzakour (Marokko, 1972) is columnist en publicist en noemt zichzelf ‘de enige Reviaan van Marokkaanse origine’. In zijn geschriften maakt hij zich al jaren druk over de teloorgang van belangrijke burgerlijke vrijheden onder het mom van ‘veiligheid’. Door velen wordt hij of verguisd óf bejubeld – een positie waar hij trots op is. Met zijn boek Abou Jahjah, nieuwlichter of oplichter? (2004) bracht hij op indringende wijze in kaart hoe tendentieus in Nederland en België met het politieke fenomeen Dyab Abou Jahjah is omgesprongen. In mei 2005 verscheen Osama’s Grot – een sprankelende bundel beschouwingen en columns op het breukvlak van twee culturen. Zijn publicaties leverden hem o.a. De Amsterdamse Media Prijs en de Zilveren Zebra 2001 op. In juni 2005 werd hij door het Humanistisch Vredesberaad i.s.m. het Huis van Erasmus bekroond met de prijs Journalist voor de Vrede 2005/2006.

De Andere Vrijheid – do 4 mei, 17.00u, Felix Meritis, A’dam

Er zijn 5 reacties

  1. Amsterdammer
    21 april 2006 om 04:37 uur.

    Heb altijd van je columns genoten. Ga zo door…

  2. sinsinbadd
    21 april 2006 om 08:28 uur.

    ”Politiek” Bahhhh! kan het woordje niet meer aanzien of aanhoren…

  3. toon
    21 april 2006 om 10:27 uur.

    hoezo inperking van het vrije woord. Jullie waren toch diegenen die deze cartoons veroordeelden???? Ik snap dit niet, l;eg eens uit!!!

  4. toon
    21 april 2006 om 10:30 uur.

    nou , reageer dan eens. Dit is toch het forum van het vrije woord……
    of niet soms…

  5. Moh
    23 april 2006 om 01:21 uur.

    LEES en HUIVER:

    De Marokkanen van het Rif
    From the desk of Jan Neckers on Wed, 2006-04-19 18:52
    In de multi-kulmaatschappij is het de rigueur (en liefst in die taal) dat men rekening houdt met de “culturele” achtergrond van de tegenvoeter en naast dat respect ook nog wat kniebuigingen maakt op voorwaarde dat het een niet-Europese “cultuur” is. Als Europeaan ben je enigszins geneigd om bij het woordje cultuur aan van Beethovens Vijfde of Dostojevski’s Schuld en Boete te denken maar dat is nu juist niet de bedoeling. Als multikullers over “cultuur” spreken gaat het meestal over gebruiken en zeden die verhinderen dat ooit één echt cultuurproduct het licht zal zien. De oh’s en de ah’s van bewondering en participatiepret zijn echter wel een verplicht nummer wanneer men de resultaten van een bloedige slachtpartij bij het offerfeest of de mierzoete tandenmoordenaars van het suikerfeest mag nuttigen.

    Maar zodra het woord criminaliteit valt in verband met de vele Marokkaanse racisten die permanent overlast plegen (nog een multikul codewoord om gewelddadige overvallen tot een bagatel te herleiden), dan kan er alleen maar sprake zijn van kansarmoede, sociale achteruitstelling en “racisme” vanwege de veelal bejaarde slachtoffers (al wordt bij jongeren uiteraard graag een mp3-speler meegepikt). Dan zwijgen de weldenkenden over de “culturele” achtergrond van deze Marokkaanse nazi’s.

    Toch is daar zeer grondig onderzoek naar verricht. De pionier op dat terrein was de Amerikaan David Montgomery Hart (1927-2001). Hij was een antropoloog van de oude stempel die jaren en jaren in het Rifgebergte verbleef, twee Berbertalen sprak, soms maanden aan een stuk in hetzelfde dorp woonde en nota’s nam vooraleer naar het volgende dorp te verkassen. Hij schreef verscheidene standaardwerken die nu eindelijk opnieuw gelezen worden in de Nederlanden omdat driekwart van de hier aanwezige Marokkanen uit dat Rifgebergte komen. Vooral in Nederland heeft men Hart herontdekt en nogal wat journalisten zijn na lectuur van zijn boeken ter plaatse een kijkje gaan nemen of hebben aan Nederlandse Marokkanen gevraagd of de tradities van dertig jaar geleden in het Rif hier en nu nog altijd gelden. Het antwoord was ja met stip. Eerlijk is eerlijk, de “cultuur” van het Rif is inderdaad bijzonder fraai en een absolute verrijking die zeker wat leven in de brouwerij brengt in die suffe ingedommelde vreedzame lage landen.

    Het Rif heeft een bijzonder bloedig verleden en de grootste Berberstam was het gewelddadigste volk van Marokko. De dorre bodem en teveel kinderen leidden er tot overbevolking en tot permanent onderling geweld waarbij op een moord minder of meer niet gekeken werd tot laat in de 20ste eeuw. De Franse en Spaanse kolonisatoren wisten wel raad met de traditionele geweldsmentaliteit van de Imazighen (de “vrije mensen”) zoals de Berbers zichzelf noemen. Zij rekruteerden graag en veel van deze Marokkanen voor hun legers. In de jaren zestig verschenen andere Europese rekruteerders in het land en koning Hassan liet zich niet pramen: hij zond hen opzettelijk naar het Rif en op die manier was hij een flink deel van de geweldenaars en lastposten kwijt. Meer nog, ze stuurden braafjes geld naar huis – wat Marokko natuurlijk ten goede kwam.

    Ook vandaag gaan die transfers nog altijd door. Nederland schat dat Marokkanen jaarlijks ongeveer 1 miljard Euro naar Marokko zenden en er is geen reden om aan te nemen dat de Marokkanen in dit land minder geld overmaken. Het Rif is daardoor niet langer meer een van de armste streken van Marokko, temeer omdat er sindsdien twee bloeiende nijverheidstakken zijn bijgekomen. Riffijnen hebben zich gespecialiseerd in illegaal vervoer. Bijna alle Afrikaanse gelukszoekers die de Canarische eilanden of Spanje en Portugal willen bereiken doen een beroep op de scheepjes van Riffijnse mensensmokkelaars. Maar het echte grote geld verdienen de Berbers met de hasjteelt, waarschijnlijk een paar miljard euro per jaar. Overal zijn er officieel verboden hennepplantages, maar de Marokkaanse overheid denkt er niet aan op te treden.

    De Europese Unie pompt inmiddels veel geld in het gebied in de hoop de boeren te overtuigen wat anders te produceren: tomaten bijv., maar hennep is nu eenmaal gemakkelijker te telen en Marokko is met zijn 2 miljoen kilo per jaar de grootste producent ter wereld. Voor vele Marokkanen uit Europa is drugshandel dus gewoon een handeltje met hun eigen familie of de eigen dorpsgenoten, zodat het bijzonder moeilijk is voor de politie om in zo’n gesloten milieu te infiltreren.

    Marokkanen uit het Rif hebben nog een bijzondere kwaliteit. Andere Marokkanen noemen hen soms de “Berbers van de eer” omdat de Riffijnen geobsedeerd zijn door het gedrag van hun vrouwen. Nergens in Marokko worden vrouwen zo gecontroleerd, bespioneerd en geregeld gecorrigeerd met de harde hand als bij deze “vrije mensen” (zolang ze mannelijk zijn). Meisjes worden van in hun jeugd geïndoctrineerd dat ze minderwaardig zijn en volstrekt moeten gehoorzamen want anders… Op hun beurt voeden de getrouwde vrouwen en grootmoeders hun dochters op met deze slavenmentaliteit. Ook vandaag is het nog altijd praktisch onmogelijk dat een man die niet de vader, de broer of de echtgenoot is een vrouw te zien krijgt, laat staan dat hij haar mag spreken. Dit zijn dus de gekneusde sukkels die massaal verkocht worden aan het (achter)neefje uit Antwerpen of Rotterdam.

    En om eventjes op die criminaliteit terug te komen: in het Rif heeft altijd de wet van de sterkste geheerst. Dat betekent dat ook vandaag nog jonge heren met die achtergrond permanent proberen te ver te gaan en daar dikwijls in slagen. Regels zonder dwang of strenge straffen zijn in het Rif geen regels en worden dus niet gerespecteerd. Beuzelpreken zonder een letterlijke stok achter de deur hebben geen enkel effect. Rif-Marokkanen kregen de hik van de lach met de Nederlandse naïviteit toen journalisten van het NRC hen vertelden hoe sommige Marokkaanse vaders zich schamen voor het gedrag van hun ontspoorde zonen. Ze vertelden die domme Nederlanders dat sommige papa’s misschien niet altijd en ieder moment even fier zijn, maar de Riffijnen voegden er aan toe dat de vaders in de eigen kring meestal trots zijn op de boevenstreken van hun lieverdjes. Een gewelddadige zoon is in de Berbermentaliteit een soldaat waar je mee naar de oorlog kan trekken en die het eigen territorium zal verdedigen en liefst nog uitbreiden. Daar mag af en toe de handrem op maar ook niet te veel. En dus hebben vele families, ook in Europa, geen groot probleem met overvallen, diefstallen en inbraken. Maar ja, gelukkig voor de daders bestaan “culturele” verschillen plotseling niet meer als er criminaliteit in het spel is en dus blijven onnozele rechters “verschrikkelijke” taakstraffen van 50 uur dienstbetoon geven. De gewelddadige boeven zijn er van onder de indruk.

Plaats je reactie